Column 8 Spiegelbeeld Magazine

Het nieuwe abnormaal

Er was ooit een samenleving waaraan het woord samenleving zijn betekenis dankte. Dat kwam vooral omdat de mensen die zich hierin bevonden ook werkelijk samen wilden leven, dat hoefde niemand hen uit te leggen, dat wilden ze heel graag zelf.
Natuurlijk waren er soms ook mensen die vergaten hoe je moest samenleven, en daarom waren er regels gemaakt over hoe dat werkte, regels die ze samen hadden opgesteld.
Op een dag kwam er een ziekte onder de mensen die leek op de griep en zich ook als zodanig verspreidde. Iedereen kende de griep, want die kwam ieder jaar terug. Dat was soms lastig, want als je het kreeg moest je dit uitzieken, en voor sommigen die al andere ernstige lichamelijk klachten hadden, kon het zelfs hun dood tot gevolg hebben. Deze nieuwe ziekte – een variant op een ziekte die al meer dan vijftig jaar bestond – was onbekend, zo werd althans verteld aan de samenleving door de leiders ervan en hun woordvoerders, de kranten, radio en televisie.

Om te voorkomen dat deze nieuwe ziekte zich zou verspreiden, werd door de regering opgedragen dat alle mensen thuis moesten blijven, behalve het personeel van ziekenhuizen en winkels, samen met de huizen- en wegenbouwers en de handhavers van deze nieuwe regels.
Er werd gezegd dat de ziekte zich niet voordeed in winkels, super- en bouwmarkten en tuincentra. Hier mocht men onder strikte voorwaarden blijven werken en inkopen doen. De ziekte kwam echter wel voor op scholen, en in cafés en restaurants en in de parken en op de stranden. Eigenlijk kwam hij dus vooral voor – zo werd gezegd – op die plekken waar mensen in liefde, vrede en plezier samenkwamen, vaak voor het beleven van kunst en cultuur, juist waar menselijke samenlevingen zo goed in waren.
De mensen mochten elkaar niet meer aanraken, behalve als ze als bloedverwanten in hetzelfde huis woonden. Ook mocht men zich niet meer verplaatsen met treinen en bussen, behalve op korte afstanden en pas dàn als men volgens de regels de deur uit mocht of moest. Met de auto rijden mocht wel, maar carpoolen was verboden. Niet dat veel mensen reisden, want iedereen werd gevraagd thuis te werken en alle scholen waren ook gesloten.

Naast het gebruik- en de ontwikkeling van externe technologie, had de mensheid zich altijd kunnen ontwikkelen door haar vermogen tot aanpassen en samenwerking. En daarom deden de leiders telkens een beroep op de adaptieve vermogens en op de saamhorigheid van de samenleving, dus op de mooie eigenschap die mensen hebben om elkaar in nood te ondersteunen.
Om er voor te zorgen dat de samenleving hun regels zou volgen moesten de mensen worden geïnfecteerd door een nieuw virus: het angstvirus.
En het werkte wonderwel, want de meeste mensen waren bang voor de dood, en de enkelingen die dat niet waren, waren doodsbang om de dood van een ander op hun geweten te krijgen. Het regeringsplan werkte ook omdat de meeste mensen niet meer zelf nadachten, en omdat in het nieuws alles dat in tegenspraak was met wat de regering vertelde, verbannen werd. In de nieuwspraak werd dit allemaal het 'Nieuwe Normaal' genoemd.

Op een goed moment was er een schrijver die ontdekte dat het woord samenleving niet meer klopte, want mensen leefden niet meer samen, maar gescheiden van elkaar. Hij vertelde dit aan iedereen en steeds meer mensen herkenden zijn verhaal. De regering snapte niet wat de schrijver en zijn toehoorders elkaar vertelden, en het gevolg hiervan was dat steeds meer mensen eigen samenlevingen startten die niet voorkwamen in het verhaal van hun leiders. En ook dat werkte wonderwel, want deze mensen kwamen erachter dat ze niet dood gingen, in tegendeel: zij leefden nog lang en gelukkig.