Column 7 Spiegelbeeld Magazine

De anderhalvemetereconomie

“Hee die Peet! Wat leuk om je weer te zien!”. Ik stond voor de ingang van de lokale Lidl te wachten op mijn beurt om van een geüniformeerde winkelmedewerker een boodschappenkar toegewezen te krijgen, toen opeens W. naar buiten kwam met haar kar vol ingekochte etenswaren. W. is een ex-vriendin van me van dertig jaar geleden die ik al jaren niet meer had gezien, en tot ons beider verbazing en blijdschap was het een heuglijke ontmoeting. “Ik zou je graag willen omhelzen,” zei ze, “maar dat kan nu niet toch, met die corona?”
Ik sputterde wat tegen, maar W. zei dat ze in een bejaardenverzorgingstehuis werkte en het daarom niet kon maken besmet te raken. “Zielig hoor, al die oudjes die nu geen goeie zorg meer krijgen,” mompelde ze.
Ik knikte bevestigend en liep al keuvelend met haar mee naar haar auto, waar ze mijn helpende hand bij het inladen uiteraard niet toestond. Uiteindelijk wisselden we telefoonnummers uit om een afspraakje met elkaar te kunnen maken voor 'in betere tijden'.
“Goh, ik herinner me nog precies wie ik voor het laatst heb geknuffeld. Dat was met mijn zus. Lijkt al weer lang geleden.” We namen hartelijk afscheid. Op afstand, met handkusjes.
Ineens realiseerde ik me dat er in onze samenleving een splitsing was ontstaan tussen mensen die nog wel iemand hebben om aan te raken en zij die dat moeten ontberen. Een knuffel was voor W. een gekoesterde herinnering aan vervlogen tijden en een bewijs dat ze geen kinderen of levenspartner had. Ik keek rond en zag in de verte een man en een vrouw ineen gearmd lopen. Die zijn dus een koppeltje, bedacht ik.
Je zal maar een begrafenis hebben van een geliefde of goeie kennis van je en dan die koude afstand moeten bewaren. Zelfs in de Tweede Wereldoorlog was het toegestaan om mensen fatsoenlijk te begraven. En nu? Je mag niet eens naar de kapper of je op welke manier dan ook laten verzorgen door een ander. Wat is dit voor een wereld?

Ik had W. niet verteld dat ik een week eerder met vrienden in het geheim was bijeen geweest om samen in een kring te mediteren. We zaten op anderhalve meter afstand van elkaar, dat wel. Maar het voelde alsof we een meeting hadden van een ondergrondse verzetsbeweging. Op een planeet die is gehackt door een zootje psychopaten is dat natuurlijk ook zo, dan is zelfs houden van iemand iets illegaals.

Het was heerlijk om weer onder bondgenoten te zijn en we hadden afgesproken dat het in de ruimte waar we samen kwamen ieder vrij stond te knuffelen of niet. Een enkeling had zich ervan afzijdig gehouden, maar de meesten konden een warme aanraking van een ander niet weerstaan.
Op het eind hadden we afgesloten door in een kring een ketting te vormen met de handen van je buurman/vrouw, aldus in stilte een cirkel vormend van liefde en dankbaarheid.


Nu ik dit schrijf, zijn we twee weken verder en hebben we het allemaal overleefd. Niemand is ziek geworden, noch dood gegaan.
Ja dat was me wat op die planeet die we de onze noemen: planeet Aarde. Bijzonder om een instrument te hebben – het menselijke lichaam – om hier het Leven te ervaren. Terwijl liefde de kracht is die het universum bij mekaar houdt en waarin we de verbinding en eenheid met elkaar kunnen beleven, werd het delen ervan met onze lichamen verboden...